De geschiedenis van het leerlingenstatuut
 
 
 
Voorwoord bij de eerste publicatie
Wie het jaarboekje, dat zeer veel informatie over de school bevat, inziet, zal tevergeefs zoeken naar de schoolregels. Ze staan er niet in. Er is natuurlijk wel een fijnmazig net van ongeschreven regels, die het dagelijkse schoolleven in goede banen leiden. Maar dat zijn inderdaad ongeschreven regels. Een zeer klein deel daarvan ( nu terug te vinden in het leerlingenstatuut in Hoofdstuk 3) werd jaarlijks gepubliceerd in het eerste Montessori bulletin met de oproep aan de mentoren deze regels met toelichting op de eerste schooldag onder de aandacht van de leerlingen te brengen. De leerlingen kennen deze regels dus letterlijk van horen zeggen. Een verklaring voor deze omzichtige houding ten aanzien van regelgeving is te vinden in de doelstellingen van de school, die wel in het jaarboekje te vinden zijn. De volgende passages, geciteerd uit de doelstellingen, zeggen iets over de wijze van regelhandhaving op onze school.
"Om met vrijheid en verantwoordelijkheid te leren omgaan, moeten de leerlingen deze op school ervaren. De vrijheid moet in de eerste plaats bestaan uit een minimum aan externe dwang: bestaande en toekomstige regels behoeven steeds weer kritische doorlichting; zijn ze nodig, welke vrijheden beschermen ze en van wie?
Uiteraard zijn er grenzen aan de vrijheid. En van die grenzen is het algemeen belang. Niemand heeft het recht anderen in zijn leren en werken te belemmeren. Door een persoonlijke benadering wordt getracht de redelijkheid van die grens te doen inzien.
Voor de wijze van leiding geven geldt dat zij noch autoritair, noch laissez-faire is, maar dat zij wordt gekenmerkt door een democratische houding,"
Een ordereglement zoals andere scholen dat wel kenden, werd door ons als te star gezien en als een belemmering voor een meer informele houding. Er zullen altijd gevallen zijn waarin de regels niet voorzien en van onze leerlingen verwachten we dat ze in de geest van de school zullen handelen en niet naar de letter van een reglement. Een uitgebreide lijst van ge- en verboden met bijbehorende sancties roept misschien wel juist een tegendraadse houding op. Leerlingen gaan op zoek naar de mazen in de wet, gaan uitproberen. Het is blijkbaar niet jouw school, maar de school van de regelmakers. De school heeft daarom gekozen voor een persoonlijke introductie in de dagelijkse gang van zaken in de school. Werkenderwijs ervaart men de regels. Als dat relevant is, worden regels nog eens toegelicht. De nadruk ligt daarbij op uitleg en niet op handhaving van de regels door disciplinaire maatregelen.
Bovenstaand beeld van de gang van zaken op onze school dekt maar een deel van de realiteit, want tegelijkertijd heeft zich een automatisch strafsysteem voor herhaalde hardnekkige overtredingen ontwikkeld. Het automatisme van het beruchte 8-uurtje is ook een deel van onze schoolcultuur.
Verder valt de school onder tal van wettelijke regelingen die voor alle scholen in het algemeen gelden. Een voorbeeld is de regelgeving rond het schorsen of definitief verwijderen van leerlingen. Die regels gelden ook voor ons. Een ander voorbeeld is de zeer omvangrijke regelgeving rond de, examens, die jaarlijks wordt aangepast en via de examengids bekendgemaakt wordt aan alle examenkandidaten.
 
Ook wordt in het kader van experimenten voor de tweede fase van het voortgezet onderwijs op onze school in de bovenbouw geëxperimenteerd met onderwijscontracten. Dat is een eigen initiatief om de zelfstandigheid van de leerlingen te bevorderen en het geeft aan dat er een omslag te bespeuren valt in een richting van explicieter en duidelijker aangeven van bedoelingen en verwachtingen, Ook de al enige jaren bestaande studiegidsen voor 4 HAVO en 5 VWO passen in dit streven.
Onmiskenbaar is er een tendens naar een toenemende juridificatie van het onderwijs. Een tendens die culmineert in de wettelijke verplichting voor iedere school een leerlingenstatuut op te stellen. Het leerlingenstatuut regelt de rechtspositie van de leerlingen en geeft een overzicht van de rechten en de plichten van de leerling en dus ook de rechten en plichten van de andere leden van de schoolgemeenschap jegens de leerlingen.
Het Landelijk Scholieren Aktie Komitee (LAKS) heeft jaren geijverd voor de instelling van een leerlingenstatuut. Hun belangrijkste argument was de huidige rechteloosheid van leerlingen. Ondanks al onze goede bedoelingen is er ook sprake van een machtsverhouding in het onderwijs en het ontbreken van regelgeving is altijd in het voordeel van de sterkste partij en dat is niet de leerling. Een argument dat we zeker serieus moeten nemen. Een leerlingenstatuut toont de gelijkwaardigheid van alle leden van de schoolgemeenschap. Niet de gelijkheid, er zijn essentiële verschillen tussen leerlingen en docenten. Zonder die ongelijkheid kan er geen sprake zijn van onderwijs. Maar juist dat verschil in functie en daarmee samenhangend het verschil in bevoegdheden is een reden om de hulp van het recht in te roepen om die bevoegdheden nauwkeurig te omschrijven en controleerbaar te, maken.
Een tweede in het verlengde van het eerste liggend argument is de vrij eenzijdige nadruk op de plichten van de leerling in de bestaande ordereglementen op de scholen. Het leerlingenstatuut heft deze eenzijdigheid op.
Een derde argument wordt gevonden in de school als voorbereiding en onderdeel van een democratische samenleving. Ook in het onderwijs zullen grondrechten als vrijheid van levensovertuiging, van meningsuiting, van persoonlijke levenssfeer, van vereniging en vergadering gerespecteerd moeten worden. Verder is het vaststellen en wijzigen van de regels in het leerlingenstatuut een proces dat als een oefening in democratie kan worden gezien.
De relevantie van deze argumenten wordt door ons erkend. Niet alleen gedwongen door een wettelijke verplichting, maar met overtuiging en allengs zelfs met een zeker enthousiasme is het leerlingenstatuut aangepakt.
 
 
Geheel in de traditie van de school werd het initiatief in eerste instantie geheel aan de leerlingen gelaten. Uitgangspunt was het modelstatuut van het LAKS. De senaat pikte het onderwerp goed op, maar het werk bleek te omvangrijk en de instelling van een commissie bestaande uit de hele senaat, een docent-lid van de MR en een lid van de schoolleiding gaf het proces een belangrijke impuls.
Het was moeilijk om greep te krijgen op de gecompliceerde en omvangrijke materie, omdat echt goede voorbeelden ontbraken. Achteraf valt een duidelijke structuur te herkennen en onderscheiden we de volgende fases in het proces:
  • Het verzamelen van onderwerpen voor het statuut
  • Het verzamelen van brokstukken regelgeving uit bestaande reglementen
     
  • Het aanpassen van deze brokstukken aan de eigen situatie
     
  • Het toevoegen en formuleren van ongeschreven regels
     
  • Het zoeken van een geschikte indeling in onderwerpen
     
  • Kiezen voor of een globale behandeling van het onderwerp met een verwijzing naar andere plaatsen (jaarboekje, examengids, redactiestatuut etc.) of een integrale gedetailleerde behandeling in het statuut zelf
     
  • Het smeden van de brokstukken tot een samenhangend geheel
In de laatste fase is de totale regelgeving herschreven in een stijl die past bij onze doelstelling: "bestaande en toekomstige regels behoeven steeds weer kritische doorlichting; zijn ze nodig, welke vrijheden beschermen ze en van wie?". Het resultaat na de eerste zes fases was een weliswaar correcte, maar vrij steriele lijst van plichten voor docenten, onderwijsondersteunend personeel en leerlingen. Bij de herschrijving waren de rechten van de leerlingen het uitgangspunt. Deze rechten leiden tot plichten van docenten jegens de leerlingen, maar ook tot plichten van leerlingen jegens elkaar en de school. Rechten en plichten blijken vaak verschillende kanten van een zelfde medaille. Het recht op goed onderwijs leidt zo tot een inspanningsverplichting voor de leerlingen en een aanwezigheidsplicht. Het recht op een hygiënische omgeving leidt tot de plicht mee te helpen aan het schoonhouden van de school en een verbod om bekertjes mee te nemen naar de vierde etage. Het recht op een veilige omgeving leidt tot de plicht om de brandweervoorschriften te volgen en die weer tot bijvoorbeeld een verbod op het neerzetten van je tas in het trappenhuis. Het recht op een omgeving waar je ongestoord kan werken tot een fluistergebod in studieruimte en bibliotheek. Alle plichten kunnen op deze wijze gemotiveerd worden en als dat niet kan, dan moet zo'n regel nog eens tegen het licht gehouden worden.
Er blijft natuurlijk de angst dat het leerlingenstatuut inzet wordt van juridische haarkloverijen. De regels moeten door alle leden van de school gemeenschap met gezond verstand, redelijkheid en een zekere soepelheid worden toegepast. Als dat gebeurt, zal het leerlingenstatuut een positieve bijdrage leveren aan de sfeer van de school door de duidelijkheid en helderheid die het op een aantal terreinen schept.
 
Rotterdam, 12-12-94
J.A.J. van Doorn
 
Inmiddels is een jaar verstreken waarin het concept van het leerlingenstatuut in de docentenvergadering en met de leerlingenraad en medezeggenschapsraad is besproken en op details is bijgesteld. Het schoolbestuur stelde op 18 december 1995 het statuut definitief vast.
 
Rotterdam, 19 december 1995
J.A.J. van Doorn
 
Bij de eerste wijziging
 
Het leerlingenstatuut functioneert en is aan zijn eerste wijziging toe. De herziening betreft slechts details, omdat vaak verwezen kan worden naar andere plaatsen waarin zaken worden geregeld. In de bovenbouw werden vier proefwerkweken geïntroduceerd, maar in het leerlingenstatuut is dat niet terug te vinden. Deze verwijst naar de proefwerkregelingen in de studiegids. Ook de introductie van de keuzewerktijd, die de school toch zeker niet onberoerd heeft gelaten, laat slechts een klein spoor achter in het statuut: de aanwezigheidsplicht wordt uitgebreid tot de KWT, maar verder wordt slechts verwezen naar de KWT-wijzer, die jaarlijks wordt uitgereikt en bijgesteld.
Heel subtiel is de wijziging van artikel 4 lid 3. Het woord 'lessenschema' is vervangen door het meer gangbare 'studiewijzer' en de volgorde van de zin is zo gewijzigd dat er iets meer nadruk op het gebruik van de studiewijzers ligt. Heel attent wees de senaat op het feit dat de bouw van een tweede studieruimte impliceert dat in sommige artikelen achter het woord 'studieruimte' een 'n' moet worden geplaatst. Zo blijkt het statuut een levend instituut.
 
Rotterdam, 6 oktober 1998
Het leerlingenstatuut is op in het schooljaar 2001-2002 op wat kleine puntjes aangepast. De webversie is up to date: 3 oktober 2002