RAPPORTEN
In het schooljaar 2012-2013 zullen op de volgende tijdstippen rapporten worden uitgereikt :
-
1e rapport : tussen maandag 3 en woensdag 5 december
-
2e rapport : tussen maandag 18 en vrijdag 22 februari
-
3e rapport : tussen dinsdag 23 en vrijdag 26 april
-
4e rapport : vrijdag 12 juli
REGELS TEN AANZIEN RAPPORTCIJFERS (ONDERBOUW)
In de onderbouw wordt na elk van de vier periodes een periodecijfer (in één decimaal nauwkeurig gegeven) en een rapportcijfer dat in hele en halve cijfers het voortschrijdend gemiddelde aangeeft. De berekening van dit voortschrijden gemiddelde gebeurt via één de twee onderstaande standaardmodellen. In beide modellen worden de periode cijfers aangegeven met P1 t/m P4 en de rapportcijfers met R1 t/m R4
Model 1
Dit model wordt gehanteerd door de secties aardrijkskunde, biologie, geschiedenis, kunst (muziek), lichamelijke oefening, natuurkunde en techniek.
Model 2
-
R1 = P1
-
R2 = (1 x P1 + 2 x P2) : 3
-
R3 = (1 x P1 + 2 x P2 + 3 x P3) : 6
-
R4 = (1 x P1 + 2 x P2 + 3 x P3 + 3 x P4) : 9
Dit model wordt gehanteerd door de secties Duits, economie, Engels, Frans, klassieke talen, kunst (drama), kunst (beeldend), Nederlands, scheikunde en wiskunde.
Aanvullende regels voor het onderbouwrapport
-
De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor rapportcijfers ligt bij de individuele docenten. Zij kunnen, indien ze dat om pedaggische redenen verantwoord achten, van de voorgeschreven berekeningswijze afwijken. Een dergelijke afwijking dient in de rapportvergadering gemeld en gemotiveerd te worden.
-
Het cijfer 5½ mag gebruikt worden als rapportcijfer. Voor de toetsing van het rapport aan de overgangsnormen levert dit een halve minpunt op
-
Een daling van meer dan 2 punten ten opzichte van het vorige rapport dient op het rapport expliciet gemotiveerd te worden
REGELS TEN AANZIEN VAN RAPPORTCIJFERS (BOVENBOUW)
In de bovenbouw wordt het eindcijfer voor alle vakken in een bepaald leerjaar uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks 1 tot en met 10. Daarbij gelden de volgende regels :
-
Het eindcijfer voor een vak in een bepaald leerjaar is het gewogen gemiddelde van alle in het betreffende leerjaar behaalde cijfers, waarbij ieder cijfer het gewicht krijgt dat in het PTA van dat leerjaar is vermeld. Indien het eerste cijfer achter de komma een 5 of meer is dan wordt het gemiddelde naar boven afgerond. Indien het vak in het desbetreffende leerjaar wordt afgesloten met een schoolexamen dan is het eindcijfer voor dat vak identiek aan het schoolexamencijfer en niet aan het gewogen gemiddelde van de cijfers voor de voortgangstoetsen.
-
In 4 en 5 vwo wordt het gemiddelde van de cijfers van het schoolexamen voor de vakken maatschappijleer, algemene natuurwetenschappen en klassieke culturele vorming beschouwd als het eindcijfer van één vak.